Salderen: minimumprijs voor stroom uit zonnepanelen 80 procent van leveringstarief

Minister Wiebes gaat in de wet vastleggen dat zonnepaneeleigenaren vanaf 2023 voor een steeds groter deel van de met hun zonnepanelen opgewekte stroom een vergoeding van 80 procent van hun leveringstarief krijgen.

De minister meldt aan de Tweede Kamer dat zonnepaneeleigenaren vanaf 2023 definitief een gedeelte van de opgewekte zonnestroom nog steeds kunnen salderen en dat zij voor het andere deel een redelijke vergoeding – oftewel een terugleververgoeding – van de energiebedrijven gaan ontvangen. De percentages van deze 2 delen zijn door de minister aan de Tweede Kamer medegedeeld.

Afspraak met energieleverancier
Momenteel is de hoogte en de berekening van de redelijke vergoeding niet in wetgeving geregeld en dat wil Wiebes nu wél wettelijk gaan regelen. Hij schrijft hierover in zijn Kamerbrief: ‘In het concept wetsvoorstel ter uitvoering van de afbouw van de salderingsregeling heb ik opgenomen dat bij Algemene Maatregel van Bestuur een minimum kan worden bepaald voor de vergoeding die een energieleverancier aan zijn klant moet betalen voor de ingevoede elektriciteit. Het is mijn voornemen om het wettelijk minimum vast te stellen op 80 procent van het leveringstarief dat de kleinverbruiker heeft afgesproken met zijn/haar energieleverancier, exclusief belastingen. Met deze vorm en hoogte denk ik de consument een herkenbare uitwerking te bieden alsmede een redelijke vergoeding.’

Op termijn meer marktwerking
Op termijn is het volgens Wiebes wenselijk dat meer marktwerking ontstaat en dat een kleinverbruiker zelf kan bepalen aan wie en tegen welke prijs diegene de zelf geproduceerde en ingevoede elektriciteit wil verkopen.

‘Vaststelling van het minimumtarief bij Algemene Maatregel van Bestuur biedt de mogelijkheid om geleidelijk meer marktwerking in de tarieven voor ingevoede elektriciteit te introduceren’, aldus Wiebes. ‘Daardoor krijgen de energieleveranciers de gelegenheid om concurrentiemodellen te ontwikkelen voor invoeding zonder dat dat voor grote schokeffecten zorgt in de consumententarieven en de businessmodellen voor investeringen in zonnepanelen.’

Kleinverbruikersaansluiting
Bij de huidige salderingsregeling mag een zonnepaneeleigenaar met een kleinverbruikersaansluiting alle zelfopgewekte elektriciteit die hij teruglevert aan het energiebedrijf wegstrepen – oftewel salderen – tegen de afgenomen elektriciteit. Op die manier ontvangt de kleinverbruiker voor de ingevoede elektriciteit precies hetzelfde bedrag als voor de afgenomen elektriciteit. Als een kleinverbruiker in een bepaald jaar meer elektriciteit op het net invoedt dan hij afneemt, dan geldt dat de energieleverancier voor dit overschot aan de kleinverbruiker een redelijke vergoeding betaalt.

Klein deel ontvangt nu al ‘redelijke vergoeding’
Slechts een klein deel van de kleinverbruikers dat vandaag de dag al door middel van zonnepanelen elektriciteit opwekt, voedt netto elektriciteit op het net in en wekt dus meer zonnestroom op dan zij verbruiken.

Voor kleinverbruikers die meer elektriciteit op het net invoeden dan zij afnemen, geldt op dit moment dat de leverancier op grond van artikel 31c, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998 verplicht is om deze kleinverbruiker daarvoor een redelijke vergoeding te betalen. Momenteel is de hoogte en berekening van de redelijke vergoeding niet in wetgeving geregeld. De Autoriteit Consument en Markt hanteert het beleid dat een redelijke vergoeding minimaal 70 procent van de APX-prijs (red. de APX is een beurs waar energie verhandeld wordt) van elektriciteit moet bedragen. Zodra minister Wiebes het wettelijk heeft vastgelegd, zal dit dus echter 80 procent bedragen.

Bron: Solarmagazine

Salderen: minimumprijs voor stroom uit zonnepanelen 80 procent van leveringstarief